De 'tijgers' van Indonesië
‘Vanochtend, tijdens de protestmars van tienduizenden arbeiders, zag ik een man meelopen met zijn dochter van vijf jaar. Die man zou de prijs voor papa van het jaar moeten krijgen, want hij leert zijn dochter om de tijger van de toekomst te worden!’ Zo begon Ruth Vermeulen van FNV Mondiaal toespraak voor meer dan tienduizend vakbondsleden in een immense hal in Jakarta. Ze refereerde aan Rusmi Atun – een vrouw die ‘de tijger van de Indonesische vakbeweging’ wordt genoemd.
Eerst vrouw ooit
In 2010 werd Rusmi Atun het toonbeeld van de groeiende kracht van de Indonesische vakbeweging, en de steeds belangrijkere rol van vrouwen daarin. Haar vechtlust leidde tot een verhoging van het minimumloon voor miljoenen mensen. In Indonesië wordt het wettelijk minimumloon per regio bepaald in een commissie van werkgevers, werknemers en de overheid. Vooral de door FNV Mondiaal gesteunde metaalvakbond FSPMI is hierbij belangrijk, omdat het een van de grootste en meest actieve bonden in Indonesië is.
Als actief lid van de FSPMI werd Atun in 2010 gekozen om namens de bond deel te nemen aan de onderhandelingen voor de Jakarta-regio, een regio met bijna 30 miljoen inwoners. Zij was daarmee de eerste vrouw ooit in een loonbepalingscommissie. En dat zouden ze weten. Nog voor de onderhandelingen begonnen, liet ze van zich horen. Ze richtte zich openlijk tegen de oude garde onderhandelaars en werd zo binnen de vakbondswereld meteen een lichtend voorbeeld van vernieuwing.
Grootste staking sinds de val van Soeharto
Daar zou het niet bij blijven. Toen tijdens de onderhandelingen bleek dat het voorgestelde minimumloon na jaren stilstand nog steeds niet verhoogd zou worden, en bovendien maar 80 procent van de minimale basisbehoeften zou beslaan, reageerde Atun resoluut. Ze organiseerde een walk out. Onder haar leiding liepen alle bonden gezamenlijk van de onderhandelingstafel weg, gevolgd door de grootste staking sinds de val van dictator Soeharto. Duizenden mensen gingen de straat op en uiteindelijk gingen werkgevers en de overheid overstag. Het minimumloon in de regio Jakarta steeg met 10 procent. Het leverde Atun de bijnaam ‘tijger van de Indonesische vakbeweging’ op.
Onderhandelingstrainingen
FNV Mondiaal zet zich al jaren in om de positie van vrouwen in Indonesische vakbonden te versterken. Het is dan ook geen toeval dat ook Atun een door FNV gesteunde training ontving bij de metaalvakbond. En Atun is lang niet het enige voorbeeld. Zo wijst een evaluatie van een project van de PSI (de wereldwijde vakbondsfederatie voor de publieke sector) op de cruciale rol van de cao- onderhandelingstrainingen bij de vakbond voor werknemers in ziekenhuizen, die door de FNV worden gesteund.
Eye-opener
Deze trainingen besteedden expliciet aandacht aan de strategische interpretatie van de islamitische term kodrat. Dit begrip slaat op de verschillen tussen mannen en vrouwen. Hierbij werd de interpretatie benadrukt dat kodrat alleen van toepassing is op de biologische verschillen, en dus niet op de sociale en maatschappelijke rol van vrouwen. Voor veel mannen en vrouwen was dit een eye-opener, en het opende de deur voor vrouwen om actief in de bond te worden.
Groeiende invloed
Vrouwelijke cao-onderhandelaars behaalden in 2010 belangrijke doorbraken in een aantal islamitische ziekenhuizen door zich te beroepen op het kodratbegrip. Zo dwongen zij af dat de families van vrouwelijke werknemers voortaan automatisch meeverzekerd zijn tegen ziektekosten. Voorheen werden alleen mannen als kostwinners beschouwd - discriminatie dus. Net als Atun illustreren deze onderhandelaarsters de groeiende invloed van de Indonesische vakbeweging en de toenemende rol van vrouwen hierin.
