Indiase landarbeidersbond en het bestaan van de tribale bevolking India

Tsunuamislachtoffers worden nu weggevaagd door industriële groei.

APVVU India: nieuw boten en netten na Tsunami 2004 India: nieuwe boten en netten na Tsunami 2004

Pencilama zit voor haar hutje op een smalle landtong tussen twee rijstvelden. Op dit stukje land, van nog gen 10 meter breed en 50 meter lang, is een heel dorpje gebouwd, genaamd Akka Jampit. De tribale bevolking van dit dorpje behoort tot de allerlaagste klasse van India, de tribals. Na de Tsunami overleefd te hebben wordt nu weer hun bestaanszekerheid bedreigd.

Pencilama wordt omringd door 15 families, grofweg 100 personen, die bijna allemaal aan haar verwant zijn. Het leven voor deze 100 mensen is zwaar, heel zwaar. Nu al weer bijna 5 jaar geleden werd hun dorp getroffen door de Tsunami, die niet alleen hun huizen beschadigde, maar ook hun netten verwoestte. Hun belangrijkste bron van inkomsten, het verkopen van vis,kwam in gevaar.

Coöperaties

FNV Mondiaalpartner, de landarbeidersvakbond APVVU kwam echter in actie en met hulp van FNV werden in verschillende dorpen vrouwencoöperaties opgericht die nieuwe netten aanschaften. Ook zocht APVVU een nieuwe plaats voor het dorp, wel verder van de zee, maar veel veiliger. Hoewel de Tsunami al 5 jaar geleden is , zien we bij alle hutjes nieuwe netten liggen. Chennaia verklaart: “een vissersnet gaat niet zo lang mee, daarom hebben we ook coöperaties helpen oprichten zodat de netten vervangen kunnen worden met het gespaarde geld”.  Pencilama, als leidster van de coöperatie, vertelt: we hebben net weer nieuwe netten gekocht maar we hebben nu een ander probleem: onze viswaters zijn zo vervuild dat er bijna geen vis meer in zwemt”.

Landroof

De oorzaak hiervan zien we overal om ons heen aan de horizon opdoemen: dit deel van India is door de overheid bestemd om industriële groeizone te worden. Dat betekent concreet dat de haven wordt uitgebreid, dat er 33 kolencentrales worden gebouwd en dat een groot deel van het vruchtbare rijstland aan bedrijven wordt verkocht. De vervuiling tast de viswaters aan, de industriële uitbreiding doet het landbouwareaal krimpen, en de politie schermt sommige dorpen af.

Alle bronnen van bestaan voor Pencilama en haar dorp verdwijnen. Het maakt niet uit dat APVVU,  na jarenlange lobby,  net zwart op wit had gekregen dat landtitels aan de bewoners van dit dorp werden toegekend. Het recht van een tribal is niet hetzelfde als het recht van een eigenaar van een oliepalmfabriek of kolencentrale. Toen dorpsbewoners protest aantekenden werden 4 mannen uit dorp opgepakt en vastgezet in het politiebureau. Zij werden pas weer vrijgelaten toen alle vrouwen en kinderen naar het politiebureau togen om zich bij hun mannen en vaders te voegen. 

Uit trein gevallen rijst eten

In een verontwaardigde actie heeft APVVU de bouw van één kolencentrale weten stil te leggen, maar een duurzame oplossing lijkt ver weg. Als ik Pencilama vraag hoe zij aan eten komen vertelt ze: “er valt vaak rijst uit de zakken op de treinen, dat vegen we op, het stinkt wel en is vies, maar we doen het ermee. Of we kopen op de pof bij een winkeleigenaar. Maar als er geen treinen langskomen en we kunnen niet op de pof kopen, gaan we zonder eten naar bed.”

Compensatie

Chennaia voegt toe; het weinige wat we kunnen doen is te lobbyen voor compensatie en verplaatsing van dorpen, de dorpsbewoners helpen we dan om de verkregen compensatie productief te gebruiken, bijvoorbeeld door er vee van te kopen.” 

APVVU gaat onverminderd door met het strijden tegen dit onrecht waarbij de kastelozen en tribale bevolking van India wordt opgeofferd aan economische groeiscenario’s. Maar de kloof tussen voedselzekerheid voor de plattelandsbevolking en een booming industriële groei is niet gemakkelijk te overbruggen.