Kaderleden FNV Bondgenoten in India: "Goede resultaten met zinvolle projecten”
Acht vakbondsmensen reisden in november 2010 onder leiding van FNV Mondiaal naar India om een aantal vakbondsprojecten te bekijken die door de FNV gesteund worden. Joop van Oord, René de Zeeuw en Jans de Vries van FNV Bondgenoten waren erbij. “Een hele intensieve week”, zegt Van Oord terugblikkend. “Zo’n reis kun je bij een reisbureau niet boeken”, concluderen De Zeeuw en De Vries.
Het gezelschap volgde een uitgebreid programma. Met name het shipbreaking project had de bijzondere aandacht van Joop van Oord, die zelf in de scheepsbouw werkt. “Scheepsloperijen zijn een belangrijk onderdeel in de Indiase economie”, vertelt Joop van Oord. “Hergebruik van staal levert niet alleen geld op, maar ook werkgelegenheid.”
In Mumbai werken 6.000 werknemers, waarvan 2300 zijn aangesloten bij de vakbond, in Alang werken maar liefst 60.000 werknemers, waarvan maar 7.000 zijn aangesloten bij een bond. “Wij bezochten in november Mumbai, en dan ook alleen maar één van de vele yards. De sector is vrij gevaarlijk en je hebt ook nog te maken met de nodige maffia. Vandaar dat was gekozen voor één bedrijf in Mumbai.”
Shipbreaking project
Het shipbreaking project wordt door de International Metal Federation (IMF) uitgevoerd, in samenwerking met haar aangesloten bonden. De IMF is de Global Union Federation voor werknemers in de metaalindustrie. Zij vertegenwoordigt meer dan 25 miljoen werknemers bij 200 bonden in 100 landen. Een deel van de activiteiten die IMF in India in de sector van de scheepssloperijen uitvoert, heeft te maken met scholing en bewustwording op het gebied van veiligheid en gezondheidszorg.
Daaronder vallen eerste hulp trainingskampen waardoor werknemers bij ongelukken bij elkaar eerste hulp kunnen toepassen. Ook medische bijeenkomsten waarbij bloeddruk wordt gemeten en gezondheidscontroles worden gedaan. Bewustwordingscursussen zijn gericht op hoe om te gaan met gevaarlijke stoffen, welke beschermingsmaatregelen zijn er nodig tijdens het werk, het belang van schoon drinkwater, en dergelijke.
Een resultaat van de eerste project fase is dat schoonwaterpompen zijn geïnstalleerd en er een relatie is gelegd met een overheidsgezondheidscentrum. Nu is bewustwording nodig om te zorgen dat de werknemers hier ook goed gebruik van maken.
Op teenslippers
Van Oord: “Wat opviel was dat het allemaal kleine bedrijfjes leken, die aan een strand zitten. Ieder bedrijf heeft een stukje strand ter breedte van een schip. Daarachter is een heel achterland aan bedrijvigheid: alles wat eenmaal gesloopt is, wordt door andere bedrijven verwerkt. Grote onderdelen die bruikbaar zijn, gaan daar naartoe. De kleine stukjes metaal gaan weg als schroot en worden weer verwerkt in nieuw staal.”
Veiligheidsmaatregelen bestaan er nauwelijks, ontdekte Van Oord. Werknemers hebben geen handschoenen, helmen of mondkappen, behalve de snijders. “Struikelen, vallen, verbranden, snijwonden en inademing van giftige stoffen zijn aan de orde van de dag. De meesten lopen op teenslippers. Dat is op zich niet vreemd in Azië, maar voor een land dat een wereldeconomie leidt, is dit wel schrijnend. Er vindt enorme uitbuiting van de werknemers plaats. De huisvesting is slecht, elektra en schoon water ontbreken, evenals scholing voor de kinderen of faciliteiten voor de vrouwen.”
De vakbondsman zag verder een uitgekookt sloopsysteem. Met weinig middelen ontmantelen de slopers in 2, 3 maanden een heel schip. “Veel ruimtes hebben vol gezeten met toxische middelen, maar niemand weet wat erin heeft gezeten. De werknemers snijden platen doormidden waardoor allerlei gevaarlijke stoffen vrijkomen. Dat doen ze zonder beschermende kleding, maar lossen ze op met een doekje voor de mond en neus.”
Door het ontbreken van beschermende maatregelen en het losschieten van onderdelen, overlijden jaarlijks tientallen werknemers. “De nabestaanden krijgen dankzij de vakbond nu een kleine financiële compensatie van zo’n 3.000 roepies (bijna 50 euro). Als een werknemer ziek wordt, betaalt de werkgever de ziekenhuiskosten, maar dan staat het loon wel stil.”
Van Oord hield er een praatje over veiligheid. “Dat was best moeilijk. Je kunt wel over het belang van een helm spreken, maar als die er niet is, dan houdt het op. Ik heb dus algemene tips gegeven. Bijvoorbeeld: zorg dat je uit de buurt blijft als ze beginnen met branden en snijden, en wees op de hoogte van het sloopplan. Communiceer goed met elkaar. Draag geen nylon kleding, maar katoen. Ik hield dat praatje in de koffiepauze, dus het moest vrij kort.”
Intimidatie en misbruik
De vakbondsvertegenwoordigers bezochten ook een zelfhulpgroep van vrouwen bij de shipbreakers. “Zij proberen zichzelf uit het keurslijf te worstelen. Ze hebben inmiddels met steun van onder meer de FNV een klein winkeltje geopend, waar de primaire boodschappen gedaan kunnen worden. Ook verkopen ze zelfgemaakt eten, een soort snacks. Ze organiseren bijeenkomsten en doen aan toneel. We hebben 2 acts gezien, waar de vrouwen zelf veel plezier aan beleefden. Er zat veel humor in. Daar kregen we ook de nodige lofzang over onze steun, dat was heel leuk.”
Werknemers en hun vrouwen maken stappen om hun levenskwaliteit te verbeteren, maar er is nog een lange weg te gaan, constateert Van Oord. Toch ziet hij ook lichtpuntjes. “De vakbond heeft het bij de shipbreakers niet gemakkelijk, maar er zijn wel kansen. Mumbai wil om redenen van werkgelegenheid niet van zijn scheepssloperij af. Daar heeft de gemeente en hebben de ambtenaren zich expliciet over uitgesproken. Wij zeiden tegen de vakbondsleiders: probeer dit uit te buiten. Onderzoek welke mogelijkheden de huidige wetgeving biedt om de arbeidsomstandigheden van de werknemers te verbeteren.”
Bijna alle werknemers zijn in dienst van contractors, koppelbazen, behalve degenen die een snijbrander in handen hebben. “Die koppelbazen bezitten huizen, eigen winkeltjes waar de werknemers hun waren moeten kopen. Ze houden alle uitgaven in op het loon van hun werknemers, die geen notie hebben van wat ze kwijt zijn. Er heerst veel intimidatie, misbruik en corruptie. Dat zou de bond kunnen aanpakken, in samenwerking met de overheid, die behoud van de scheepssloperij en de werkgelegenheid zo belangrijk vindt.”
Hij ziet ook mogelijkheden voor verbetering van de veiligheid en gezondheid, zegt hij. “Maar dan opgebouwd vanuit alle eenvoud. Daarnaast denk ik dat de bond niet sterk genoeg is voor grote veranderingen. Werknemers zijn voor een paar roepies lid. Eigenlijk zou de bond versterkt moeten worden, om hun positie in de sloperij uit te bouwen. Werkgevers doen uit zichzelf niets, de progressie moet vanuit de bond komen.
Daar liggen ook kansen voor FNV Bondgenoten. We zouden hen kunnen begeleiden in het sterker en groter worden. Wel uitgaand van hun cultuur, want wij zijn niet alwetend en we moeten zeker niet op hun tenen gaan staan.”
Schepen recyclen
Greenpeace is ook een belangrijke partij en blijkt bovenop de scheepssloperij in Mumbai, Alang en de overige slooplanden te zitten, omdat die zo vervuilend is. “De stranden zijn erg vervuild met olie, asbest en in de zee liggen veel olie en zware metalen”, zegt Van Oord. “Greenpeace wil die sloperijen weg hebben. Die druk heeft ook een positieve kant. Want waarom zou je deze vervuilende industrie verplaatsen naar een ander land? Beter is om het van hieruit te verbeteren en te zoeken naar schonere methodes.”
Hij pleit voor, naast de huidige studie scheepsbouwkunde speciale aandacht te besteden aan het slopen in de toekomst, bijvoorbeeld met studenten van een hogeschool of universiteit. “Zij kunnen nagaan hoe schepen gebouwd kunnen worden die over veertig jaar beter en mogelijk voor 100 procent gerecycled kunnen worden. Misschien zijn sommige oplossingen over veertig jaar alweer verouderd, maar dan heb je wel alvast een stap gezet.”
Stinkende zooi
Ook op René de Zeeuw en Jans de Vries maakte het bezoek aan de shipbreaking yard indruk. Ze werken beide in de aardgasindustrie.”Op ons werk gelden de hoogste standaarden ter wereld tav van veiligheid, wat in schril contrast staat met hetgeen we hier gezien hebben”, zegt De Vries. “Het bezoek aan die scheepsslopers raakte ons wel. Je hebt de yard, maar er hangt ook nog heel veel omheen. Mensen wonen er, kinderen lopen er met blote voeten door de prut… Ze brengen de hele dag door in die stinkende zooi.”
Volgens De Zeeuw: “We hebben hier ook een verantwoordelijkheid in. De olie komt via schepen naar Nederland. Die moeten vroeg of laat ook weer gesloopt worden. Het is niet de bedoeling dat mensen in een ander werelddeel daaraan overlijden. En dan zijn het niet alleen de ongelukken, de direct meetbare incidenten, maar wat de werknemers oplopen via het werken met gif, weet je pas op de langere termijn. Dat moet stoppen.”
De Vries wijst op de zichtbare, maar ook de onzichtbare vervuiling. “Als je daar een eindje de zee inkijkt, zie je bagger, olie en een scherm die alle troep moet tegenhouden, maar dat is niet safe. Zware metalen glippen gewoon door dat scherm. En dit gebeurt niet alleen in India, ook in Bangladesh en in Turkije. Vakbonden hebben hierin een belangrijke functie en moeten dus samen optrekken. Ze moeten het breed organiseren. Maar daar hebben ze ook hulp bij nodig.”
Bollywood-toneel
Ze zeggen in India “heel veel indrukken” te hebben opgedaan. “Die week leek wel 14 dagen te duren”, zegt De Zeeuw. “Het hakte er allemaal goed in, elke avond moesten we even alles verwerken.” De Vries: “We hebben ook veel kinderen in armoede gezien. En we hebben zelf kinderen, dus dan komt het heel dichtbij.”
Ze hebben goede herinneringen aan het bezoek aan de vrouwenzelfhulpgroep van de shipbreakers. “We werden heel vriendelijk ontvangen en kregen allemaal een sjaal”, vertelt De Vries. “Dat winkeltje was leuk, en ook dat ze zelf eten probeerden te verkopen, maar ze konden ook via de vakbond een opleiding volgen. Ze leerden bijvoorbeeld met make-up om te gaan, om zoiets als visagiste te worden.” De Zeeuw beleefde veel plezier aan de 2 toneelstukjes die werden opgevoerd. “Je merkt dat Bollywood daar een grote rol speelt, dus die sfeer kwam wel terug. De vrouwen hadden er zelf nog het meeste lol in.
Het was best een grote groep met een positieve insteek. Ze maakten een strijdbare indruk. Die vrouwen kwamen duidelijk van ver, ze moesten echt een stap doen om uit hun huis te komen en zelf werk te creëren. Maar je zag dat die vrouwen groeien, zich ontwikkelen. Ze zijn al heel ver en boeken goede resultaten.”
Veel standjes
Een ander project dat de groep bezocht was dat van de Internationale Transport Federation ITF om voorlichting over hiv/aids aan chauffeurs te geven. Werknemers in de transportsector lopen een relatief groot risico om besmet te worden met hiv/aids. Vrachtwagenchauffeurs bijvoorbeeld zijn vaak maanden van huis met hun vracht, ver weg van gezin en familie. Ze moeten daarbij uren en soms dagen wachten bij grensovergangen waarbij de verveling toeslaat.
Uit onderzoek blijkt dat vrachtwagenchauffeurs de grootse groep het klanten vormen van prostituees. Ook in India neemt het hiv/aidsprobleem steeds grotere vormen aan. Met tussen de 2.5 en 3.1 miljoen besmette mensen is India het land met de grootste aantal besmette personen ter wereld.
ITF voert met steun van de FNV bewustwordingscampagnes. De India-gangers woonden een workshop hierover bij. “Er werd voorlichting gegeven over hiv en aids en iemand deed voor hoe een condoom gebruikt moest worden”, vertelt De Vries. “Dat gebeurde in een bijzondere setting, tussen mannen met nette kleren en mobiele telefoons.”
Tijdens de workshop werd een voorlichtingsfilmpje vertoond over iemand die aids had en door zijn collega’s werd gemeden. Alleen één collega dronk met hem koffie en was niet bang voor besmetting. “Dat filmpje viel goed bij de aanwezigen”, vertelt De Vries. “Het was sowieso een zinvolle bijeenkomst. Ze doen daar goed werk door het bieden van informatie. Ook delen ze flyers uit met teksten als: ‘Beter veel standjes met één vrouw, dan één standje met veel vrouwen.’ Ze doen hun best taboes te doorbreken.”
De Zeeuw is vooral blij met de aanpak van de ITF. “Vrachtwagenchauffeurs komen vaak tot stilstand voor een paar dagen door de enorme bureaucratie. Dan zijn er weer papieren niet in orde, en dan gebeurt dit soort ellende. Op die plekken zoeken ze afleiding met vrouwen. Dit probleem heeft ook de aandacht van de bond. Die bindt dus ook de strijd aan tegen de bureaucratie.”
Nomadenkinderen helpen ouders
Op de lijst van reisdoelen stond ook een baksteenfabriek; FNV Mondiaal steunt al jaren een een antikinderarbeidproject in de baksteenindustrie in India. In deze industrie is alleen de armste laag van de bevolking werkzaam. Het werk is fysiek zwaar en de arbeidsomstandigheden zijn zeer slecht. Ook kinderen werken mee. Met 10 tot 12 uur werken verdient een gezin van vier personen ongeveer 15 euro per week. Te weinig om van te leven, maar te veel om van te sterven, zoals het gezegde luidt. Om de werkende kinderen in deze industrie een kans op een toekomst te geven is een onderwijsproject ontwikkeld.
“We hebben niet specifiek dit project bezocht, maar wel eentje die daaraan gelieerd is”, zegt De Zeeuw. “Op het terrein van een bakstenenfabriek staat een gebouwtje waar een kamer als klaslokaal gebruikt wordt en kinderen onderwijs volgen. De eigenaar van die locatie zorgde voor de opleiding van de kinderen van zijn werknemers.
Daarna bezocht de groep een dorpje met hutten waar nomaden waren neergestreken. “Daar waren we ontzettend welkom”, blikt De Vries terug. “Ze leven vlakbij een steengroeve die niet meer gebruikt wordt, maar waar vroeger ook kinderen werkten. Ze gebruikten dynamiet en soms stierven er bewoners door rondvliegend gesteente. Die nomaden integreerden moeilijk met andere bevolkingsgroepen, onder meer omdat ze zich niet wasten.
In het project dat we bezochten, leerden de kinderen op school hoe ze zichzelf en hun omgeving schoon konden houden. Dat leerden zij dan weer aan hun ouders. Inmiddels zijn die ouders definitief in dat dorpje gesetteld en volgen de kinderen permanent onderwijs.”
Betere wereld
Ruim twee maanden zijn ze alweer terug uit India, maar de herinneringen lijken nog vers. “Als je er niet geweest bent, kun je het niet begrijpen”, zegt De Zeeuw. “Een geweldige ervaring”, noemt De Vries de reis. “Zo dichtbij de mensen kom je normaal niet.”. “Met dit soort projecten ga je voor een betere wereld”, zegt De Zeeuw.
Astrid van Unen
Januari 2011
