Decent Work

FNV Mondiaal staat voor een eerlijke, rechtvaardige en duurzame verdeling van inkomen en groei. Een van de manieren om dit te bereiken is om te stimuleren dat alle werkende mensen Decent Work –fatsoenlijk werk- hebben. Alle projecten en programma's die FNV Mondiaal steunt voldoen aan een of meer van de 8 criteria voor decent work (zie ↓).


In het kort: decent work levert een eerlijk inkomen op en veiligheid en gezondheid op de werkplaats, het geeft sociale bescherming, en vrijheid aan mensen om zich te organiseren en te participeren in sociale dialoog. Decent work omvat mensenrechten en sociale rechten, allen internationaal vastgelegd. Er zijn 8 criteria om werk 'decent' te kwalificeren.

De (internationale) vakbeweging, met al haar leden op de werkvloer, is als geen andere organisatie in staat om op verschillende niveaus aan decent work te werken: op landelijk niveau (wetgeving), internationaal niveau (framework agreements met multionationals) als op de werkvloer (cao’s) . We stellen vakbonden of arbeidsngo’s in ontwikkelingslanden in staat om in hun land en in hun context  dat te doen.

7 oktober is de jaarlijkse Internationale Decent Work-dag. 

Wat zijn de 8 decent work-criteria?

Decent Work 1: Fundamentele arbeidsrechten

Het gaat hierbij om het bestaan van arbeidswetgeving die de fundamentele rechten erkent en een algemene rechtsorde die de uitvoering ervan bewerkstelligt. Deze fundamentele rechten komen ook toe aan afzonderlijke groepen werknemers zoals vrouwen, migranten, flexwerkers, thuiswerkers, dienstmeisjes, informeel werkenden et cetera. Vakbonden dienen wettelijk erkend te worden en toegang te hebben tot een juridisch systeem.

Decent Work 2: Recht op organisatie en collectieve onderhandelingen

Dit betreft het wettelijk recht op organisatie voor alle werknemers, zoals vastgelegd in verschillende ILO-conventies. In veel landen wordt dit recht belemmerd door het ontbreken van onafhankelijke rechtspraak, door bureaucratie, wettelijke belemmeringen, omslachtige procedures en corruptie, door repressie, of doordat ondernemingen overheden in de tang hebben.

Decent Work 3. Geen discriminatie

Sommige mensen maken minder kans op gewoon goed werk dan anderen. In veel landen staan werknemers bloot aan discriminatie. Door ondernemingen die discrimineren naar onder meer ras, nationaliteit, sekse, seksuele voorkeur, religie of hiv/aids-besmetting. Maar het gaat hierbij ook om het ontbreken van wettelijke maatregelen tegen discriminatie of de gebrekkige implementatie van wetten en regels die discriminatie verbieden. Ook vakbonden in sommige landen hanteren regels die discriminerend zijn voor groepen werknemers.

Decent Work 4. Geen dwangarbeid

Dwangarbeid en zelfs slavernij komen nog steeds voor. Sommige vormen van dwangarbeid nemen zelfs toe, zoals bijvoorbeeld bij arbeidsmigranten die gedwongen zijn te werken in het kader van wurgconstructies: hun paspoort is afgenomen en ze zijn hoge schulden aangegaan om hun migratie betalen.

Decent Work 5. Geen kinderarbeid

Kinderarbeid is een van de meest in het oog springende schendingen van arbeidsrechten. Naast (kleine) kinderen die gedwongen zijn te werken komt het ook veel voor dat jongeren ingezet worden voor werk dat niet geschikt is voor hun leeftijd, of veel te gevaarlijk. Gelukkig neemt het aantal werkende kinderen wereldwijd af. Maar dat gaat nog veel te langzaam. Dat komt ook omdat het alternatief voor kinderarbeid (school) onvoldoende beschikbaar is: onderwijs is vaak slecht of niet toegankelijk.

Decent Work 6. Werkgelegenheid

Werkgelegenheid heeft ten eerste te maken met het aanbod van betaald werk. Werkgelegenheid waarbij de arbeidsvoorwaarden redelijk goed zijn, met vaste contracten en sociale zekerheid neemt af. Internationale onevenwichtigheid op de arbeidsmarkt leidt tot arbeidsmigratie met bijbehorende slechte arbeidsvoorwaarden.
Ten tweede staat de kwaliteit van beschikbaar werk onder druk: veiligheid is onvoldoende gewaarborgd, er ontbreekt beleid rondom hiv/aids, werktijden zijn te lang, lonen te laag, voorzieningen voor zwangerschap ontbreken, en verder ontbreekt het aan gender-specifieke maatregelen.

Arbeidszekerheid neemt af omdat steeds meer mensen voor onderaannemers of uitzendbureaus werken en dus geen regulier contract met de werkgever hebben. Deze werknemers hebben minder vaak recht op verzekeringen, toeslagen en bescherming en kunnen zich vaak niet organiseren in een vakbond. Datzelfde geldt voor werkers met tijdelijke contracten en zelfstandigen zonder personeel.

Decent Work 7. Sociale zekerheid

Sociale zekerheid – ziektekostenverzekeringen, arbeidsongeschiktheidverzekeringen, werkloosheidsuitkeringen, oude dagvoorzieningen/pensioenen – is voor veel werkenden geen vanzelfsprekendheid. Het ontbreken van sociale zekerheid neemt in sommige gevallen zelfs toe. Veel mensen zijn hun vaste baan kwijtgeraakt en vaak ook de daarmee samenhangende zekerheid zoals pensioenen of ziektekostenverzekeringen. De bestaande sociale zekerheid is vaak niet toegankelijk voor de informele sector en voor flexwerkers.

Decent Work 8. Sociale dialoog

De sociale dialoog tussen werknemers, werkgevers en overheid staat onder druk door neoliberaal beleid en door afname van de invloed van vakbonden. Veel vakbonden zijn te weinig representatief (geworden) en hebben zich onvoldoende aangepast aan nieuwe (internationale) omstandigheden. Zo zijn veel nieuwkomers op de arbeidsmarkt niet vertegenwoordigd, en ook de informele sector vindt pas de laatste jaren een plek binnen de vakbeweging. In veel landen zijn bonden onvoldoende toegerust op het voeren van een effectieve sociale dialoog. Dat komt vaak door een gebrek aan democratie of aan overlegtraditie. Ook worden vakbonden in veel landen dermate tegengewerkt en bedreigd dat er geen enkele voorwaarde is om een sociale dialoog op te bouwen.