Dossier China 2009

In 2009 vond een enorme toename van het aantal arbeidsgeschillen en collectieve acties in China plaats. Massale rellen in de autonome regio Xinjiang Oeigoerse in fabrieken eindigden soms in executies van de vermeende kopstukken, vooral etnische Oeigoeren.

Overheidsinstanties, waaronder de officiële Chinese staatsvakbond ACFTU, gaven de schuld van de industriële en sociale onrust aan overzeese 'vijandige krachten'. Ondanks de nieuwe arbeidswetgeving is het werknemers nog steeds verboden een eigen vakbond op te richten en lopen ze het risico gevangengezet te worden als ze aan spontane acties meedoen.

In China is alleen de All China Federation of Trade Unions (ACFTU) toegestaan. Deze moet beoordelen of een nieuwe vakbond recht van bestaan heeft. De wet machtigt tevens de ACFTU financiële controle uit te oefenen op al haar onderdelen. Er bestaan geen nationale regels over collectieve onderhandelingen, wel over collectieve contracten. Het stakingsrecht is al in 1982 verwijderd uit de Grondwet. In het laatste decennium is hard gewerkt aan een systeem van het oplossen van geschillen. 

Vakbondsrechten in de praktijk
Als reactie op de crisis heeft de regering het ontslagrecht ingeperkt, sancties ingesteld voor het nalaten van compensatie en belastingvoordelen en andere prikkels ingevoerd voor bedrijven om werknemers te nemen en te houden. De ACFTU richtte haar inspanningen op bijscholing en werving van leden op het platteland en het aanbieden van treintickets voor migranten die gedwongen waren om terug te keren. Aan het begin van 2009 waren ongeveer 30 miljoen migrerende werknemers terug naar hun provincies gekeerd, terwijl het aantal ontslagen ongeveer 40 miljoen telde.

Onafhankelijke vakbonden zijn niet toegestaan. Organisatoren van de werknemersgroepen of spontane protesten zijn vaak gearresteerd. Sommige zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf (de officiële term hiervoor luidt 'hervorming door arbeid') na strafrechtelijke onderzoeken die ver achter liggen op de internationale wetgeving. Anderen lopen risico op 'heropvoeding door arbeid', als er uitsluitend een administratief proces zonder juridische basis tegen hen wordt gevoerd. De angst voor gevangenisstraf maakt ook de onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van de werknemers en de overheid en werkgevers erg lastig.

Stakingen
Het aantal stakingen (zowel spontaan als gepland, maar zonder officiële erkenning van de vakbond) blijft toenemen, vooral bij werknemers van particuliere ondernemingen. Privatisering en de daaruit voortvloeiende corruptie en ontslagen, blijven een belangrijke oorzaak van arbeidsonrust voor werknemers van staatsbedrijven. Volgens cijfers zijn alleen al in de provincie Guangdong elke dag ongeveer 1000 werknemers betrokken bij een collectieve actie. Soms leidt dit tot het gewenste resultaat.

Arbeidsmigranten
Hoewel migrerende werknemers het bestaan van de vakbonden in hun bedrijven kennen, zijn er maar weinig die daar een beroep op doen als ze in de problemen komen. Dit zichtbare gebrek aan bijstand is een van de belangrijkste redenen dat er steeds meer arbeids-ngo's opstaan die migrantenwerkers bijstaan. Chinese arbeiders in het buitenland hebben eveneens structureel te maken met slechte arbeidsomstandigheden en het negeren van fundamentele vakbondsrechten en vrijheid van vereniging in de Chinese staatsbedrijven, waaronder grote overheidsbedrijven.

Voorbeelden van schendingen in 2009
Op 4 maart protesteerden ongeveer 700 leraren in Yunfu, provincie Guangdong tegen te lage lonen. Ze deden dat nadat de lokale overheid de salarissen van gemeenteambtenaren had verhoogd. Leraren kregen niks extra's, want die behoorden volgens de locale overheid minder te verdienen. Van het protest verscheen een verslag met foto's op internet, dat later door censoren werd weggehaald.

Ruim 4000 werknemers van de Casio-fabriek in Fanyu, provincie Guangzhou, gingen op 6 maart in staking voor een beter loon.  ME'ers en veiligheidsmensen warden ingezet om de staking te breken en de werknemers weer aan het werk te zetten. Zo'n 20 werknemers raakten daarbij gewond.

Eind augustus, begin September gingen ruim 5000 mijnwerkers van de Hunan Coal Industry Group in staking tegen de beoogde privatisering omdat ze gedwongen waren een compensatieverdrag te tekenen zonder om advies te zijn gevraagd over de inhoud. De autoriteiten verklaarden de staking herhaaldelijk illegaal en dreigden de mijnwerkers op te sluiten als ze niet onmiddellijk aan het werk zouden gaan.

Ongeveer 1000 werknemers van de Shenzhen Philips Respironics-fabriek gingen op 1 september in staking. De fabriek had eenzijdig een nieuw werkbeleid opgelegd, waarbij de werknemers uitbetaling van een half uur overwerk zouden verliezen, maar wel werden geacht dezelfde productie te halen. Ook protesteerden de werknemers tegen het slechte eten en de armoedige onderkomens. Het management nam hierop wraak door drie chefs te ontslaan en de namen van de stakers te noteren. De volgende dag stond een grote groep gewapende politieagenten klaar. Tenminste 2 vrouwelijke werknemers raakten gewond.

Veel meer hierover is te lezen op de site van de ITUC>>