Dossier Zimbabwe
Het jaar 2010 begon heftig voor Gertrude Hambira, voorzitter van de landarbeidersbond GAPWUZ. Na een lange periode van intimidatie en geweld nam ze in februari de wijk naar Zuid-Afrika. Ook de onafhankelijke vakbondsfederatie ZCTU had weer veel te verduren. Verschillende bijeenkomsten werden verstoord en deelnemers werden opgepakt. Vakbondsrechten worden systematisch geschonden.
Vakbondsrechten in de praktijk
Een ILO-onderzoekscommissie bevestigde in maart 2010 dat de regering van Zimbabwe verantwoordelijk is voor ernstige schendingen van de fundamentele rechten, in het bijzonder de vrijheid om vakbonden te organiseren, het recht op collectieve onderhandelingen, het recht op staking en de bescherming van vakbondsleden tegen discriminatie.
De commissie stelde vast dat de overtredingen systematisch waren en benadrukte dat het ‘een duidelijk patroon ziet van arrestaties, detenties, geweld en marteling door de veiligheidstroepen tegen vakbondsleden die onder de Zimbabwe Congress of Trade Unions (ZCTU) vallen. Dat geeft aan dat er enige gecentraliseerde leiding van de veiligheidstroepen bestaat om een dergelijke actie te ondernemen.
De onderzoekscommissie trekt ook de conclusie dat de overheid controle wil houden over ZCTU-bijeenkomsten, zowel op interne vergaderingen als ook openbare demonstraties. De Public Order and Security Act (POSA) wordt daarbij te pas en te onpas gebruikt. Gevangenneming en gericht geweld zijn gebruikt om zowel de leiders als de leden van de vakbonden systematisch te intimideren. ‘De POSA is regelmatig door het regime-Mugabe misbruikt als een voorwendsel om stevig op te treden tegen de vakbonden’, aldus de onderzoekscommissie.
In het rapport staat een reeks van aanbevelingen aan de Zimbabwaanse autoriteiten. Daaronder het verzoek tot onmiddellijke stopzetting van het vervolgen van vakbondsleden. Ook het creëren van een effectieve mensenrechtencommissie en het geven van training over mensenrechten aan de veiligheidsdiensten is een aanbeveling. Ten slotte vindt de onderzoekcommissie dat de rechtsstaat versterkt moet worden en arbeidswetten veranderd om te voldoen aan internationale arbeidswetgeving.
Voorbeelden van schendingen in 2010
Eind 2009 verscheen de documentaire ‘House of Justice’, met daarin getuigenverklaringen over moord op, marteling van en geweld tegen zwarte werknemers op plantages, die vroeger door blanken werden gerund. Ook blanke eigenaars werden mishandeld. De landarbeidersbond GAPWUZ had hieraan meegewerkt en ook GAPWUZ-voorzitter Gertrude Hambira kwam in de documentaire aan het woord.
In februari werd de hele GAPWUZ-top gesommeerd op het centrale politiebureau in hoofdstad Harare te verschijnen. Ze werden na zware verhoren vrijgelaten, maar met fikse waarschuwingen. Dagelijks werd het hoofdkantoor van GAPWUZ door politie bezocht en Hambira werd er plotseling van beschuldigd valse verklaringen te hebben afgegeven. Zij heeft in de afgelopen jaren al zoveel geweld en intimidatie meegemaakt, dat ze op 24 februari besloot naar Zuid-Afrika te vertrekken. Sindsdien zit ze daar in ballingschap, ver verwijderd van haar gezin.
Drie ZCTU-werknemers werden gearresteerd omdat ze een workshop leidden voor leden van de Regional Women Advisory Council (RWAC) in Mutare. De workshop was al geïnfiltreerd door agenten van de geheime dienst. De ZCTU werd ervan beschuldigd zonder toestemming van de politie deze cursus te geven en dat zou onder de POSA verboden zijn. Twee van de drie werden na tussenkomst van een advocaat uit Mutara vrijgelaten. De derde zou ‘te lastig tegen de politie’ zijn geweest. Hij kwam uiteindelijk na betaling van een boete van 20 dollar vrij, maar heeft die boete aangevochten. Deze zaak loopt nog.
De gemeenteraad van Harare schorste 75 werknemers, voornamelijk leden van de Harare Municipal Workers’ Union (HMWU), omdat ze in maart een protestactie hadden georganiseerd. Ze hadden namelijk in februari geen loon ontvangen. In de Masvingo provincie werden 70 mijnwerkers van de Renco Gold Mine ontslagen, 370 geschorst en 760 gewaarschuwd nadat ze hadden deelgenomen aan een staking.
Ze waren lid van de Associated Mine Workers’ of Zimbabwe (AMWZ), die had opgeroepen tot een nationale mijnstaking. De werkgever had namelijk geen afgesproken loonsverhoging uitgekeerd en verzaakt aan het mijnpensioenfonds af te dragen. Het ministerie van Arbeid verordonneerde de AMWZ de mijnwerkers terug te laten keren naar hun werk, anders zouden ze ontslagen worden.
Veel meer informatie over schendingen van vakbondsrechten in Zimbabwe is te vinden op de site van ITUC>>
Dossier Zimbabwe 2009
